Mijn miskraam

Mijn miskraam - Een verhaal over verdriet en vreugde
Dit verhaal over een miskraam is het tweede deel van een langer verhaal. Je kunt het hele verhaal lezen door hier te klikken.

Ik wist niet of mijn baby zou leven of sterven en de spanning was overweldigend. Ik herinner me hoe ik God vroeg om het bloeden te laten stoppen of om de baby tot Zich te nemen. Ik had er genoeg van. Enkele dagen later ging ik naar de eerste hulp omdat ik veel pijn in mijn baarmoeder had. Zodra ik (met mijn man) werd opgenomen, ging ik naar het toilet en verloor ik een grote bloedklonter. Toen begon het hevige bloeden. Na acht weken had ik een miskraam. De spanning was voorbij. We hadden onze baby verloren.

Onze levens leken verwoest, maar God was genadig en leidde ons door de hele beproeving heen. Mijn man en ik plantten samen met onze twee zonen een "Roos van Saron" ter ere van onze baby. We kozen Jeremia 17:7-8 als een levenslied voor de baby ("Gezegend wie op de HEER vertrouwt, wiens toeverlaat de HEER is. Hij is als een boom geplant aan water, zijn wortels reiken tot in de rivier. Hij merkt de komst van de hitte niet op, zijn bladeren blijven altijd groen. Tijden van droogte deren hem niet, steeds weer draagt hij vrucht"). We zongen "Blessed be the name of the Lord" ("Gezegend is de naam van de Heer") toen we bij de bloem stonden. We voelden ons daarna wat beter; we hadden het gevoel dat er een hoofdstuk was afgesloten.

Men had ons aangeraden om drie cycli te wachten voordat we het opnieuw zouden proberen, maar na de eerste besloten we al om de planning aan God over te laten. Ik raakte meteen weer zwanger. Ik was zo bang. Zouden we deze baby mogen houden? Ik had volgens mij het idee dat ongeveer elke derde zwangerschap een miskraam is en nu kon ik mij echt inleven met vrouwen die hun baby's hadden verloren. Ik was jong en gezond en ik zag geen reden waarom het nog een keer zou gebeuren. Maar toch vertelden we niemand dat we weer in verwachting waren, behalve mensen waarvan we wisten dat zij voor ons zouden bidden. Ik wist dat miskramen vóór de 12e week vaak voorkomen, maar tot aan de achtste week leek ik echt mijn adem in te houden, omdat ik mijn eerste miskraam na acht weken had.

Na acht weken voelde ik een bevestiging van de Heer dat mijn baby oké zou zijn. Ik begon mijn angsten en zorgen los te laten. We vertelden onze jongens dat ik zwanger was en geleidelijk begonnen we ook familie en vrienden in te lichten. Vanaf dat moment verliep alles heel normaal. Ik was enkele weken misselijk. Mijn kleren zaten elke week strakker en op een gegeven moment kon ik alleen nog maar zwangerschapskleding dragen. In de 15e week voelde ik het kleine leven in mij bewegen. Ik lachte en huilde van vreugde. Het leven in mij groeide en ik voelde dat we weer een baby in ons huis zouden hebben.

De levenstekenen waren zo duidelijk, maar toch kon ik het nog maar moeilijk accepteren. Ik begon me af te vragen wat er mis met mij was. Waarom kon ik niet gewoon aanvaarden dat ik zwanger was en mij aan de baby hechten? Ik vroeg me af of ik aan dit nieuwe leven twijfelde vanwege mijn eerdere verlies. Ik vroeg me af of mijn ongeloof werd veroorzaakt doordat ik de hoop op nog een kind jaren eerder had opgegeven. Ik begreep niet waarom, maar iets weerhield mij ervan om de realiteit van mijn zwangerschap te accepteren.

Mijn miskraam - Vertroosting in de pijn
Na zestien weken had ik een afspraak met een verloskundige en toen hoorde ik de gezonde hartslag. We maakten een afspraak voor een echo in de 20e week, zodat we konden zien of het een jongetje of een meisje was. Ik ging naar huis met de gedachte: "Na die echo zal ik niet meer zo op mijn hoede hoeven te zijn en dan kan ik echt opgewonden raken." Enkele dagen later had ik een vreselijke droom waarin we de baby verloren. Ik was erg van streek en pas na uren bidden en Bijbel lezen was ik weer gekalmeerd. Ik overwoog om de verloskundige te bellen om de hartslag te laten controleren. Ik wilde op de Heer vertrouwen. Ik wilde op die geruststelling na acht weken te vertrouwen dat deze baby zou overleven. Dus besloot ik om geduldig te zijn en om nog drie weken te wachten, tot mijn volgende afspraak. Maar vanaf die dag had ik twijfels in mijn achterhoofd. Leefde de baby nog? Voelde ik zojuist een beweging of was dat mijn maag? Ik was geduldig en de dag van de volgende afspraak brak al snel aan. Ik herinner me nog hoe ik die ochtend tegen een vriendin zei dat ik bang was dat ik dit keer geen hartslag zou horen. En zij stelde me gerust, zoals elke goede vriendin zou doen. Ze zei dat ik mij voor niets zorgen maakte en dat alles in orde zou komen. Later op de dag kwam het moment van de waarheid.

Het moment was aangebroken om naar de hartslag te luisteren. De verloskundige kon geen hartslag vinden. Ze probeerde nog een paar keer, maar nog steeds niets. Mijn hart zonk in mijn schoenen. Had ik dan toch gelijk of stelde God mijn vertrouwen in Hem op de proef? Ik verliet het kantoor van de verloskundige en dacht dat er nog wel een kans was dat alles in orde was. Er zijn wel momenten waarop je om de een of andere reden de hartslag niet kan horen, maar de baby toch in orde is. Ik was bijna 20 weken zwanger en ik vertelde mezelf dat miskramen vóór de 12e week plaatsvinden.

Ik was bereid om nog een week te wachten. Dan had ik weer een afspraak voor een echo. Maar een vriendin haalde me over om diezelfde avond nog naar de eerste hulp te gaan. Ze zei dat we er gewoon naartoe zouden gaan, zodat ik de hartslag in een echo zou kunnen zien en dan zou ik gewoon weer zonder zorgen verder kunnen. Maar het was niet allemaal in kannen en kruiken. We zagen de baby op de echo, een perfect gevormde baby, maar er was geen hartslag waar te nemen. Onze kleine baby was drie weken eerder gestorven. Ik stond versteld. Waarom had God ons een naam gegeven, terwijl Hij wist dat onze twee kleintjes zouden overlijden? We konden het niet begrijpen.

Mijn vriendin bracht me naar huis waar mijn verslagen echtgenoot bij de voordeur op me stond te wachten. We hielden elkaar stevig vast en huilden en huilden de hele nacht. De volgende ochtend belden we alle vrienden en familieleden op om hen het slechte nieuws te vertellen. Daarna hielden we het binnenshuis niet meer uit. Enkele pastors waren bereid om ons in het kerkgebouw te ontmoeten om voor ons te bidden. Ze baden dat Gods genade met ons zou zijn. Ze baden voor Zijn zegeningen voor ons gezin en onze toekomstige kinderen. Ik herinner me dat een van de vrouwen bad dat God mij het vermogen zou geven om dit kind te laten gaan en om het vanuit mijn buik aan Zijn handen over te geven. Ik was nog steeds zichtbaar zwanger, maar toch was het kind binnen in mij al naar huis gegaan, naar de Heer. Ik wist dat de zwaarste hindernis nog in het verschiet lag: de geboorte. Die avond deelden we een maaltijd met onze vrienden. Daarna gingen we naar het ziekenhuis. Ik kan me goed herinneren dat ik zei dat ik er niet klaar voor was. Ik wist wat me te doen stond en ik wilde het niet doen. Ik wilde dat het allemaal gewoon een slechte droom was. Ik wilde mijn gezonde baby vasthouden en hem zien opgroeien. Maar dat was niet Gods plan. "Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen."

Nu ik erop terugkijk, snap ik me waarom ik nooit in staat was aan de baby gehecht te raken. Het was nooit de bedoeling geweest dat ik dit kind zou grootbrengen. God had mijn hart vanaf het begin bewaakt. Ik begrijp onze God niet helemaal, maar ik weet dat Hij van ons houdt en niet graag ziet dat we pijn lijden. Maar we leven in een gevallen wereld en de dood is daar een zeer werkelijk onderdeel van. God gebruikt allerlei dingen om ons te vormen tot de mensen die Hij in gedachten had. Het reinigende vuur is heet, maar Hij heeft hiermee prachtige bedoelingen.

Paul werd op 5 november om 4:02 in de ochtend geboren. Hij was perfect gevormd. Hij woog bijna 30 ons en was 20 centimeter lang. We mochten hem 5 uur lang vasthouden. Daarna moesten we hem in het ziekenhuis achterlaten. Ik had nog nooit eerder een kraamafdeling met lege handen verlaten en ik bid dat het nooit meer zal gebeuren. Paul werd gecremeerd en we hadden een heel mooie herdenkingsdienst in de gemeente voor hem. We zongen praise liedjes en lazen Bijbelverzen en dankten God voor het leven dat Hij ons gegeven had en voor het leven dat hij ons ontnomen had. We bedankten Hem voor de korte tijd dat we Paul bij ons hadden gehad. We dankten Hem omdat we zijn leven in mij gevoeld hadden. Onze vrienden en familieleden waren erg meelevend en gaven ons veel steun. Zij zegenden ons met zoveel voedsel dat we er bijna vier weken lang van aten. Jeremia 29:11 is het vers dat we voor onze baby hadden gekozen: "Mijn plan met jullie staat vast, spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven."

Ik kan zoveel troost vinden in dit vers. God kent de plannen die Hij voor ons heeft. Hij wil ons niet kwetsen, maar toch staat Hij toe dat elke situatie ons verfijnt zodat we Hem beter leren kennen. Om ons naar Zijn gelijkenis te doen groeien, wil Hij dat geen enkele pijn zinloos is. Hij heeft Jezus gezonden om aan mijn zijde te staan. Hij houdt in deze tijden mijn hand vast. Hij heeft de pijn verzacht en geeft me glimpen van de vreugde die nog zal komen.

Mijn miskraam - De kracht om door te gaan
Het is nu meer dan vier jaar geleden sinds we Paul verloren. Het is een interessante reis geweest. Mijn echtgenoot en ik hebben nu de donkere dalen van het verdriet gezien. We hebben gevoeld hoe de gebeden van onze naasten ons omringden en we hebben gevoeld hoe Gods handen ons door deze moeilijke tijd heen droegen. Ik kan eerlijk zeggen dat ik dankbaar ben voor deze ervaring. Ik weet dat het raar klinkt, maar laat mij dat even uitleggen. Hoewel ik Paul nog steeds mis, hoewel ik soms het gevoel heb dat er iemand in ons gezin ontbreekt, weet ik dat ik de diepte van Gods liefde voor mij niet kan bevatten en daarom zou ik niet zijn wie ik nu ben als ik dit verlies niet zou hebben meegemaakt. Ik kan God nu echt vertrouwen en mijn gezin aan Hem overlaten. Ik weet uit ervaring dat het niet uitmaakt waar Hij ons doorheen voer: wij gaan daar niet alleen doorheen. God belooft ons dat Hij ons nooit zal verlaten of in de steek zal laten. Dat geldt niet alleen voor mij, maar ook voor jou. Er is niets dat wij kunnen doen om dit soort liefde en aandacht te verdienen. Hij geeft dit vrijelijk aan ons, gewoon omdat Hij van ons houdt. Hij wil dat wij weten dat we er niet alleen voor staan. Vaak zijn we zo druk bezig dat we Zijn gezelschap niet eens opmerken. Maar wanneer we gebroken zijn, dan worden we ons ineens bewust van zo veel meer dan voorheen. God rouwt met ons. Zijn licht schijnt in elke duisternis. Hou je vast aan Zijn beloften, want Hij is gisteren, vandaag en tot in de eeuwigheid hetzelfde. Hij geeft ons de gelegenheid om Hem aan te roepen, om Hem te vragen om ons nieuwe hoop en een nieuwe visie te geven, en een verlangen om dichter bij Hem te zijn dan ooit tevoren.

De wetenschap dat Paul nu bij de Vader rust is een troostende gedachte. Paul heeft nooit een zondige dag meegemaakt. Hij heeft de adem van deze zondige wereld nooit ingeademd en hij maakt nu deel uit van de rangen van de reinste strijders in het hemelse leger. Hoe moeilijk het ook is om hem los te laten, we voelen ons vereerd dat God Paul bij Zich wilde hebben. God wilde dat wij zijn ouders zouden zijn, maar Hij had grotere plannen voor Paul dan wij ons ooit hadden kunnen voorstellen. Paul is nu bij zijn broer of zus die hem voorging en bij alle andere reine soldaten uit andere gezinnen die hun kleine baby'tjes hebben moeten laten loslaten.

Ik zou gemakkelijk kunnen zeggen dat God gemeen tegen me is geweest. Dat God juist datgene van mij heeft weggenomen waar mijn hart het meest naar verlangde. Dat Hij niets geeft om de pijn die Hij in mijn leven heeft toegestaan. Maar niets is minder waar. Ik zie God als een goede en genadige vader. Een vader die altijd het beste met mij voorheeft. Soms moeten onze kinderen zich door moeilijke tijden heenwerken. Het enige dat we dan als ouders kunnen doen is aan hun zijde staan, hun hand vasthouden en proberen om de omstandigheden zo pijnloos mogelijk voor hen te maken. We verlangen ernaar dat ze door deze problemen kennis en wijsheid vergaren en er aan de andere kant beter uit te voorschijn komen. Zo zie ik ook onze hemelse Vader.

Het maakt niet uit hoe bitter of hoe boos op God ik ben geweest omdat Hij heeft toegestaan dat mijn baby's stierven. Hij heeft mij vergeven en mijn boosheid door liefde, aanvaarding en vrede vervangen. Om redenen die we niet zullen kennen tot wij zelf in de hemel zijn, heeft God onze baby's tot Zich genomen. Maar toch heeft Hij ons niet met lege handen of lege harten achtergelaten. Gods genade bedekt dit alles. Filippenzen 3:12-14 zegt: "Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft... ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept."

God wil dat wij allemaal meer als Jezus worden. En om meer als Hem te kunnen worden, moeten we lijden. Jezus leed meer dan wij ooit zullen weten. Prijs God dat Zijn dood de straf voor onze zonden heeft betaald en dat wij in vergelijking met Hem zo weinig hoeven te lijden. Romeinen 5:1-4 zegt: "Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus... en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig. En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop."

Precies een jaar nadat Paul werd geboren hadden we een zogenaamde "baby shower" voor het nieuwe kleine jongetje in mijn buik. Het was voor mij een viering van mijn geloof, omdat ik voelde dat ik bereid moest zijn om ook hem aan God te geven, als dat Zijn wil mocht zijn. Maar Obadiah Walter werd op 9 december geboren. Ondanks al onze angsten was hij sterk en gezond. Ik was zo blij dat Obadiah gezond was, dat ik niet meer verdrietig hoefde te zijn omdat ik geen dochter had. Ik dacht nu dat als God wilde dat ik een dochter zou hebben, dat Hij mij er dan wel een zou geven als Zijn tijd ervoor gekomen was. Ik keek nog steeds naar al die kleine meiden en hoe lief ze zijn, maar het deed niet meer zoveel pijn dat ik er zelf geen had. Ik had tenslotte drie gezonde jongens en ik realiseerde mij werkelijk wat een wonder dat was.

En in deze tijd van tevredenheid en vreugde blies God opnieuw leven in mijn buik. En dit keer was het volledig onverwacht. Ik realiseerde me dat ook deze zwangerschap misschien niet goed zou aflopen, maar ik had nu een bewustzijn in me waarmee ik van elke dag van de zwangerschap kon genieten. Of ik dit kind nu wel of niet zou leren lopen en praten, ik had dit nieuwe leven nu elke dag bij me.

Ik werd opnieuw gezegend met een normale zwangerschap van zo'n veertig weken. Ik stond echt versteld van Gods liefde toen we ontdekten dat hij ons een kleine meid had gegeven. Julia Elizabeth Joy werd op 18 september geboren. God had mijn leed gezien, mij vastgehouden toen ik gebroken was, de uitroep van mijn hart gehoord en toen ik het niet meer verwachtte, zegende Hij mij met de verlangens van mijn hart.

Ik kan mijn dankbaarheid voor de Heer niet verwoorden. Niet alleen omdat Hij mijn gebeden heeft verhoord, maar omdat Hij dieper in mij kon kijken dan ikzelf en omdat Hij wist dat ik eerst klaar moest zijn om te ontvangen wat Hij mij zou geven. Het helpt mij om op het verleden terug te kijken, op de dingen waar hij ons doorheen heeft geleid. Het geeft mij moed en hoop voor de toekomst en, nog belangrijker, een realisatie dat Hij oppermachtig heerst over alle dingen in mijn leven en in de wereld om mij heen. Ik stel mijn vertrouwen volledig op Degene die mij in mijn moeders buik in elkaar heeft geweven en die mij elke dag dat ik Hem dat toesta weer vernieuwt.

Ik heb het nog steeds wel eens moeilijk als dingen niet goed gaan, maar wanneer ik eraan denk dat dezelfde God die de Rode Zee opende, dezelfde God die Zijn kinderen 40 jaar lang in de woestijn voedde, dezelfde God die een vrouw van 90 een kind gaf, de God is die mij elke dag door mijn problemen heen helpt, dan kan ik daar in berusten. Ik ben nog steeds aan het leren hoe ik God in ALLE dingen kan prijzen. Maar door er in mijn hart voor te kiezen om Hem te prijzen en te bedanken, ervaar ik mijn relatie met Hem op een volledig nieuwe manier.

God wil ons tot hoogten leiden waarvan wij nooit zouden kunnen dromen, maar we moeten Hem alles geven: al onze angsten, al onze worstelingen, al onze dromen en onze volledige hoop. We kunnen dit doen door eraan te denken dat Gods plannen voor ons altijd goed zijn. 1 Petrus 5:7 zegt: "U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart."

Ja, wij hebben een goede God; een God die van ons houdt, voor ons zorgt en ons nooit zal verlaten. Wij voelen ons zo gezegend dat wij door de hemel zijn aangeraakt.

Leer meer!

Dit is een waargebeurd levensverhaal.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen