Misbruik vergeven

Misbruik vergeven - Met pijn opgroeien
Een ander mens vergeven voor misbruik is vaak een levenslange reis. Ik was pas drie maanden oud toen mijn vader mijn moeder in de steek liet. Mijn moeder was noch lichamelijk noch emotioneel gezond, en die toestand is eigenlijk nooit veel verbeterd. Ik had toen een broer van 2.5 en een zus van 10. Ons gezinnetje van vier bevond zich het grootste gedeelte van mijn jeugd in een soort "overlevingstoestand". En alsof dat nog niet chaotisch genoeg was, vertelde mijn moeder mij dat ze waarschijnlijk nog maar een jaar te leven had. Ik was toen pas vier en het was een verwoestende boodschap. Afgezien van enkele verre familieleden was zij de enige volwassene in mijn leven. Het laatste zorgeloze restje van mijn kindertijd was nu ook verdwenen. Er was in mijn hart en in mijn gedachten iets veranderd; ik voelde me verlaten. Ik moest nu sterk zijn.

Van mijn 5e tot mijn 7e levensjaar zwierf ik met mijn broer door de buurt, wanneer mijn moeder aan het werk was of haar psychiater bezocht. Ik was altijd jaloers op de buurtkinderen die hun moeders moesten vragen of ze ergens naar toe mochten, omdat het mijn eigen moeder niets leek uit te maken waar ik was. We wandelden altijd naar een kleine buurtwinkel een paar straten verderop, waar we regelmatig snoepgoed stalen. We gingen dan naar een viaduct, waar we ons snoep konden opeten terwijl de auto's aan ons voorbij raasden. We leken wel straatwezen, omdat we al voor onszelf moesten zorgen. Indertijd vond ik het wel avontuurlijk en was ik trots dat ik niemand "nodig" had. God moet in die tijd wel ontelbare engelen over ons hebben laten waken. Mijn oudste zus was bijna nooit thuis; mijn broer was mijn gezin.

Toen begon een oudere buurman, Leon, steeds meer interesse in mij te tonen. Hij liet mij in zijn oude truck op zijn schoot zitten en liet mij dan sturen. Ik vond dat erg leuk. Hij gaf mij aandacht. Maar na verloop van tijd tijd ging ik steeds vaker naar zijn huis, want mijn broer wilde niet altijd dat zijn kleine zusje achter hem aan liep. Leon gaf mij snoep en toonde een oprechte interesse in mij. Maar zijn interesse werd steeds seksueler en na een tijdje begon hij mij te molesteren. Hij gebruikte pornografische boekjes en spelletjes, gecombineerd met aandacht, snoepgoed en het dreigement dat hij niet meer mijn vriend zou zijn als ik het iemand zou vertellen. Zelfs op deze jonge leeftijd begon ik te begrijpen wat er gaande was en ik begon schaamte te voelen. Maar tegelijkertijd ging ik toch steeds weer naar zijn huis terug. Ik denk dat ik gewoon op zoek was naar gezelschap en een vaderfiguur die ik zelf nooit had gehad. Ik vond natuurlijk niet alles wat hij deed prettig, en soms bezocht ik hem daarom een tijdlang niet. Maar ik voelde mij dan na enkele weken toch weer alleen en klopte dan toch weer aan zijn deur aan. De schaamte die ik hierdoor had ontwikkeld begon zich diep in mij in te graven: ik was een slechte meid.

Misbruik vergeven - De invloed van een droom
Op mijn reis naar de vergeving van dat misbruik speelde een droom een heel belangrijke rol. Ik heb maar één enkele droom meer dan eens gedroomd en die droom begon rond deze tijd. In mijn droom bevond ik mij in een donkere kamer met in een hoek een verlichte kooi. Een vrouw zat naast de kooi op een stoel en las een krant. Ze leek de verzorgster te zijn van het menselijke geraamte in de kooi. Ze negeerde me toen ik voorzichtig naar de kooi liep om de inhoud wat aandachtiger te bekijken. Opeens kwam het skelet tot leven en greep mij door de tralies van de kooi heen. Het probeerde mijn kleine lijf de kooi binnen te sleuren, terwijl ik vocht en om hulp riep. De vrouw keek nooit op van haar krant. Het maakte haar niets uit.

Pas toen ik volwassen en getrouwd was begreep ik de droom. Ik realiseerde dat het misbruik uit mijn kindertijd een grote invloed had op mijn volwassen leven en mijn huwelijk. Ik bezocht toen een psychologe. Het was een pijnlijk en moeilijk proces. Op een gegeven moment vroeg de psychologe mij of ik wel eens regelmatig terugkerende dromen had. Ik kon mij alleen deze droom voor de geest halen. Toen zij mij vroeg: "Denk je dat die vrouw iemand in jouw leven voorstelt?", realiseerde ik mij meteen dat het mijn moeder was.

Deze realisatie was (samen met nog meer "openbaringen" die in deze sessies naar de oppervlakte kwamen) voor mij zo pijnlijk dat het bijna ondraaglijk was. Ik had het gevoel dat ik er verkeerd aan had gedaan om al deze herinneringen naar boven te halen. En soms had ik zelfs het gevoel dat mijn psychologe een vreselijk, hardvochtig mens was. Zij opende diepe wonden waarvan ik dacht dat zij al "genezen" waren. Uiteindelijk genazen zij wel, maar dat was waarschijnlijk nooit gebeurd als ik niet door die pijnlijke momenten met mijn psychologe was gegaan. Er waren momenten waarop ik haar niet meer wilde bezoeken, vooral op de momenten waarop ik nieuwe dromen kreeg.

Ik had bijvoorbeeld een droom waarin ik naar de achterdeur van Leons huis ging en daar aanklopte. Zijn vrouw opende de deur. Zij was een verpleegster en was zelden thuis. Ik vertelde haar wat haar man mij had aangedaan, maar zij zei dat ze mij niet geloofde. Ze fluisterde dat ik nu maar weg moest gaan en sloot de deur. Zelfs als klein kind weten we bepaalde dingen, terwijl we onszelf niet toestaan dat wij ze echt "weten". Maar nu ik volwassen was wist ik dat zowel mijn moeder als Leons vrouw waarschijnlijk wisten dat er iets aan de hand was. Toch gingen zij nooit tot actie over om mij te beschermen.

Misbruik vergeven - Het vergevingsproces beginnen
Ik nam de beslissing om te beginnen met vergeven. Op aandringen van mijn psychologe vertelde ik mijn moeder later wat er gebeurd was. Het is droevig dat zij hierop boos reageerde. Ik had verwacht dat haar ogen zich met tranen zouden vullen en dat ze zou zeggen hoeveel spijt ze had van wat er gebeurd was. Maar in plaats daarvan wees ze met haar vinger naar me en vroeg: "Waarom heb je mij dat toen niet VERTELD?" Ik herinner me nog hoe ik haar gewoon sprakeloos aankeek. En even later zei ze: "Ik had ooit een droom waarin ik Leon met een hamer in elkaar sloeg! Ik wist dat hij fout was!" Ik wachtte nog steeds op de tranen van mijn moeder, maar die kwamen nooit. Ze leek vooral verontwaardigd dat ik haar als kind nooit over deze gebeurtenissen had geïnformeerd. Gelukkig realiseerde ik mij dat mijn moeder al een heleboel bitterheid met zich meedroeg; een bitterheid die haar eigen leven al had verwoest. Ik was in staat om haar botte reactie te vergeven, omdat ik wist dat zij een strijd leverde voor zelfbehoud. Ze kon niet eens omgaan met haar eigen gevoelens en was niet in staat om daar nog meer schuldgevoelens aan toe te voegen.

Later was ik ook in staat om Leons vrouw te vergeven. De grootste uitdaging, zo dacht ik, was de vergeving van Leon zelf. Ik kon zijn naam zelfs jarenlang niet uitspreken. Pas in de latere sessies met mijn psychologe noemde ik hem bij naam.

Het duurde enkele jaren voordat het proces om Leon te vergeven voltooid was. Ik begreep uiteindelijk dat ook hij waarschijnlijk een slachtoffer van kindermisbruik was. Dankzij Gods genade heb ik zelf die cyclus niet voortgezet. Terwijl ik probeerde om deze man te vergeven, hielp de Heer mij met een prachtige illustratie toen ik in een vliegtuig zat. We vlogen over een stad en de voorbereidingen voor de landing werden getroffen. Ik staarde naar beneden en zag dat we over enkele hoge gebouwen vlogen. Van deze hoogte leek het alsof de kleinere gebouwen van drie tot vier verdiepingen bijna even hoog waren als de wolkenkrabbers die ernaast stonden. Ik had het gevoel dat God toen tot mij sprak. "Wendy, zo ziet jouw zonde er voor mij uit. Jij hebt maar drie verdiepingen met zonde, maar vanuit Mijn perspectief is dat niet veel minder dan de twintig verdiepingen die Leon heeft opgebouwd. En jullie zijn allebei door jullie zonden van Mij afgezonderd."

Ik denk niet dat ik deze woorden goed ontvangen zou hebben als de Heer ze vijf jaar eerder zou hebben uitgesproken, maar Hij had mij op deze les voorbereid en mij in een situatie gebracht waar ik de boodschap zou aanvaarden. Op dat moment werd er in mijn hart een schakelaar omgezet. Ik had ineens een vreemd gevoel van mededogen voor Leon. Een gevoel dat ik nog nooit had gehad. Toen de wielen van het vliegtuig de landingsbaan raakten, bad ik voor Leon. Ik vroeg God om iemand naar Leon te sturen om het goede nieuws met hem te delen, als hij nog steeds in leven was. Het leek gewoon niet juist dat ikzelf het prachtige geschenk van het eeuwige leven had mogen aanvaarden, het geschenk van volledige en perfecte vergeving, terwijl Leon misschien nooit de gelegenheid zou hebben om datzelfde geschenk te ontvangen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit een dergelijk gebed zou bidden. Het gevoel van vrijheid en de opluchting die ermee gepaard gingen waren ongelooflijk.

Misbruik vergeven - Mijzelf vergeven
Misbruik vergeven betekende dat ik ook mijzelf moest vergeven. Het duurde jaren voordat ik die drie mensen kon vergeven, maar het duurde nog langer voordat ik ook mijzelf kon vergeven. Ik heb geleerd dat de meeste slachtoffers van misbruik met een overweldigend gevoel van schuld en schaamte rondlopen. Vaak proberen mensen ons op te beuren door te zeggen: "Het was niet jouw schuld. Je was maar een kind, je wist niet beter. Hoe had jij ooit beter kunnen weten?" Ik probeerde jarenlang om deze ideeën in mijn hart toe te passen, maar zij waren nooit in staat om het schuldgevoel te verwijderen dat ik met mij meedroeg. Pas toen ik mij de illustratie van de gebouwen vanuit het vliegtuig herinnerde - en mijn eigen zonden zag en ze gewoon als mijn eigen zonden aanvaardde - pas toen kon ik ook mijn eigen schuld belijden. Ik aanvaardde mijn eigen rol in het misbruik, ongeacht hoe klein die rol ook was, en vroeg de Heer om mij te vergeven. En toen was ik eindelijk vrij.

Voel jij je mogelijk niet zo op je gemak door mijn verhaal? Dan hoop ik dat je toch nog even verder leest. Als jij gelooft dat een kind van vijf of zes jaar niet kan zondigen, dan heb je nooit kinderen gehad! Ik probeerde mijn eigen slechte beslissingen en zonden boven op Leons "wolkenkrabber" op te hopen, maar dat was verkeerd en het kon mijn schuldgevoelens niet verzachten. Ik weet dat dit misschien niet voor iedereen geldt, maar het gold zeker voor mij. We moeten ons niet blijven vasthouden aan een slachtoffermentaliteit. God zegt in Zijn Woord dat we verantwoordelijkheid moeten nemen als we, in welke mate dan ook, gezondigd hebben en onze schuld moeten bekennen, zodat we ervan bevrijd kunnen worden. Dit was waar voor mij en ik vermoed dat het ook voor anderen waar is.

Toen ik in staat was om mijn eigen zondige rol en daden in dit hele gebeuren te bekennen, bevond ik mij eindelijk op de weg naar genezing. Voor de mensen die nog steeds moeite hebben met het idee dat ik als vijf- of zesjarige had "gezondigd" wil ik benadrukken dat ik zelf steeds besloot om weer naar Leons huis terug te gaan. Hij kwam nooit naar mij toe. Ik ging altijd naar hem toe. Veel mensen zullen zeggen: "Maar het is nog steeds niet jouw schuld!" Dat is voor sommigen misschien waar, maar die redenering hielp mij geen steek. Door de gebeurtenissen in mijn jeugd had ik op latere leeftijd de gewoonte om andere mensen heel snel te beoordelen en te veroordelen en had ik een opstandige houding tegenover mijn moeder. Dat had jarenlang enorme gevolgen voor mij en mijn gezin. Als jij misbruikt bent en je voelt je nog steeds schuldig, denk er dan eens over na of je zelf misschien verantwoordelijkheid moet nemen voor een gedeelte van wat er gebeurd is, of dat nu een groot of een klein gedeelte is, en beken het dan aan de Heer. Hij belooft dat Hij je zal vergeven.

Nadat ik mijn zonden aan de Heer had bekend, ervoer ik een enorme bevrijding uit mijn bitterheid. Maar ik had nog steeds moeite om mijzelf te vergeven, omdat ik het gevoel had dat ik het helemaal niet verdiende om zo'n groot geschenk, een volledige vergeving, te ontvangen. Diep van binnen hield ik mij vast aan het verlangen om mijzelf te bestraffen. Gods Woord zegt dat Hij ons zo wit als sneeuw wast, maar ik verdiende het niet om wit als sneeuw te zijn. En dus liet ik de pijn niet helemaal los, om mijzelf te straffen. Ik droeg deze smet nog vele jaren met mij mee, tot God mij liet zien wat ik aan het doen was. Op een dag toonde Hij me dat ik Zijn bruid was. Ik ging gekleed in een prachtige witte bruidsjurk, maar toen ik het gangpad van de kerk betrad, hurkte ik om een handvol modder te grijpen en ik smeerde die modder over mijn mooie jurk uit! Die illustratie was echt een schok voor me. Welke bruidegom wil nou dat zijn bruid zoiets doet, om zo gezien te worden, vooral op zo'n mooie dag als je trouwdag? Ik begreep eindelijk dat de Heer mijn zonden volledig had vergeven en mij helemaal had gereinigd, al verdiende ik het om zo'n vuile jurk te dragen. Maar Hij zag mij anders. Hij wilde mij niet zo zien, noch wilde Hij dat anderen mij zo zouden zien.

En dit geldt ook voor jou! God ziet geen vuil meer op Zijn vergeven bruid. Als jij Jezus Christus hebt gevraagd om jouw zonden te vergeven, dan zal Hij ze vergeven en zal Hij e voor zorgen dat jij in Hem rein en perfect bent. Hij wil ook dat jij jezelf zo ziet.

Prijs God, want Jezus heeft onze straf op Zich genomen! In Jesaja 53 vertelt God ons het volgende: "Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd. Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing."

Door Zijn genade gaf God mij het vermogen om mijn onvergevingsgezindheid tegenover anderen en mijzelf te overwinnen. Ik geloof niet dat het op menselijke kracht, zonder Zijn Goddelijke tussenkomst, mogelijk is om werkelijk te vergeven. Vergeving is volgens mij zelfs één van Gods grootste wonderen. Hij verricht dit wonder dagelijks in de levens van Zijn kinderen. Zijn vergeving kan onze afkeer, woede, angst en schaamte overwinnen en ze vervangen door liefde, tederheid en mededogen. Ik hoop dat mijn verhaal jou hoop zal geven voor een dergelijk wonder in jouw eigen leven.

Leer meer!


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen