Boosheid

Boosheid - Het perspectief van een kind
Mijn moeder had geen idee hoe ze op een gepaste manier met haar boosheid kon omgaan. Ze groeide op in een gezin dat met pijn gevuld was. Er vond veel misbruik plaats.

Het gezin van mijn vader was anders. Hoewel ik niet veel over mijn vaders familie weet, herinner ik me sommige momenten bij mijn oma thuis. Mijn oma, mijn tante en mijn vier ooms waren allemaal zachtaardige, liefdevolle mensen. Ondanks deze tederheid weet ik dat mijn opa aan vaders kant ook mishandelende neigingen had. Hij vocht tegen alcoholisme, wat aan deze kant van mijn familie veel leek voor te komen.

Ik herinner me hoe ik een opmerking maakte tegen mijn lerares in de eerste klas. Ze was een knappe blondine en ik zei, waar mijn moeder bij was: "Mijn pa zal jou wel een stuk vinden!" Voor een zesjarig kind was het een onschuldige opmerking, maar hoe kon ik ooit zelf met zoiets op de proppen komen? Het antwoord is eenvoudig. Thuis werd ik vaak blootgesteld aan seksueel getinte opmerkingen.

In die vroege jaren van mijn leven begon het misbruik in ons huis. Mijn moeder was een overweldigend personage en als de zaken niet naar haar wens gingen, werd ze kwaad. Die boosheid werd dan op grove manieren op de familie losgelaten.

Net als andere kleine jongens zat ik vol kattenkwaad. Op een dag nam ik een flesje nagellak en schilderde ik hiermee een lachend gezicht aan de onderkant van het toiletdeksel. Mijn moeder strafte me door mijn vinger- en teennagels rood te lakken. Ze liet mij zo aan mijn oma zien om te tonen wat voor een slecht kind ik was. Ze vergewiste zich ervan dat iedereen mijn handen en voeten kon zien. Dergelijke vernederingen vormden een vast onderdeel van mijn kindertijd en waren erg pijnlijk voor mij.

Toen ik klein was, was ik erg trots op mijn mannelijke lichamelijke opmaak. Ik weet niet precies waarom, maar ik vond dit erg belangrijk. Ik kan er alleen maar naar raden, maar ik heb het idee dat het te maken had met de seksueel getinte opmerkingen die ik thuis altijd hoorde. Ik besloot daarom dat het wel gaaf zou zijn om mijn edele delen aan mijn zus en haar vrienden te tonen. Voor straf moest ik een behoorlijk lange tijd naakt naast de eettafel staan. Ik werd vernederd. Mijn ouders beschouwden mij als hun "domme kind".

Boosheid - Andere mensen beheersen
Mijn moeder was een boos mens. Ze ging hiermee om door andere mensen te verlagen en te vernederen. Dat gaf haar het gevoel dat ze de situatie onder controle had. Ik leerde dat je andere mensen kon laten doen wat je maar wilde, als je hen een gevoel van schaamte gaf. Ik begon andere mensen in verlegenheid te brengen en te vernederen. Het gaf me een gevoel van gezag en waarde. Jarenlang zag ik niet in dat dit de reden was dat andere scholieren mij op het schoolplein in elkaar sloegen. Ik had moeten inzien dat ik lichamelijk niet sterk genoeg was om mijn sarcastische woorden kracht bij te zetten. Andere mensen in verlegenheid brengen werd zo'n overheersende bezigheid in mijn leven dat ik een eeltlaag ontwikkelde voor de gevoelens van andere mensen. Het leek me niets te kunnen schelen of ik mensen met mijn vernederende opmerkingen zou kwetsen.

Mijn leven was gevuld met zo veel pijnlijke momenten, dat alleen Gods genade mij ervan heeft weerhouden een bloedbad op mijn school aan te richten. Mijn vader had een geweer en op een zeker moment had ik het idee dat dit geweer de enige manier was om mezelf te beschermen. Ik was boos omdat ik gehaat en afgewezen werd en omdat ik erg eenzaam was. Ik wilde wraak nemen op alle mensen die mij slecht behandeld hadden. Ik realiseerde me niet dat ik zelf mensen slecht behandelde door hen met mijn vernederende opmerkingen te beschamen. Ik had goed geleerd hoe ik met mijn grote mond mensen kon vervloeken in plaats van zegenen. Ik had de verkeerde manier geleerd.

Toen kwam er een Christelijk gezin in onze straat wonen. Nadat mijn buren me vertelden dat ik "gered moesten worden of anders naar de hel zou gaan", had ik het idee dat redding de betere keuze van de twee was. Maar dat was wel ongeveer waar mijn beslissing ophield. Ik ging naar de kerk, maar dat veranderde mij niet.

Boosheid - Op zoek naar antwoorden
Toen ik 17 was verliet ik vrolijk het ouderlijk huis om in de luchtmacht te dienen. Hier vond ik nog meer afwijzing en pijn. Mijn oversten en mijn mede-piloten waren misbaksels. Ze weigerden met mij samen te zijn, vanwege mijn grote mond. Maar ik zag dat anders. Ik zag alleen maar de afwijzing en mijn eenzaamheid bleef groeien.

Tijdens de trainingsmaanden en de eerste maanden van de technische opleiding ging ik naar de kerk, maar ik feestte ook met de ongelovigen. Ik was tegelijkertijd op zoek naar acceptatie en liefde van de kerk en van de wereld. Mijn eerste permanente post was in Las Vegas, Nevada. Dat is geen goede plek voor een jonge Christelijke man. Gelukkig vond ik een goede kerk, waar de twee pastors voorbeelden bleken te zijn van Gods liefde en aanvaarding. Ik zou de volledige gevolgen van hun invloed op mij pas jaren later kunnen zien.

Toen ik 20 was stuurde de luchtmacht mij naar Europa. Daar kreeg ik steeds meer belangstelling voor allerlei soorten bedieningen en begon ik veel meer tijd met andere Christenen door te brengen. Ondanks mijn vernieuwde interesse had ik mijn persoonlijke leven niet verbeterd. Ik wilde nog steeds wat de wereld mij te bieden had. De begeerten die ik daarvoor had werden nu onbeheersbaar.

In deze periode van mijn leven bevond mijn seksuele drang zich op een hoogtepunt. Zelfbevrediging werd een dagelijkse routine. Ik sprak er wel eens met oudere mannen over en die vertelden mij dat het allemaal wel oké was. Maar toch voelde ik in mijn hart een extreem schuldgevoel. Het verlangen om op te houden met masturberen was zo sterk dat ik zelfs overwoog om zelfmoord te plegen, zodat ik niet meer zou zondigen. Ik was te laf om dat zelf te proberen, dus vroeg ik God om mij te doden. Hij koos ervoor om mijn leven niet te beëindigen. Ik moest dagelijks zien te leven met de zonden van mijn lichaam, mijn woede en mijn haantjesgedrag. En toch werd mijn hart steeds sterker naar de bediening getrokken. Maar hoe kon dit waar zijn? Hoe kon God mij tot zich roepen met al die bagage die ik met me meedroeg? Hoe kon ik een dienaar van Hem worden en nog steeds zo veel zonde in mijn leven hebben?

Lees nu deel 2 van "Boosheid"!

Dit is een waargebeurd levensverhaal.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen